Wijzigingen mbt thematische verloven en het tijdskrediet voor alleenstaande werknemers met (een) kind(eren)

De ministerraad keurt op voorstel van minister van Werk Pierre-Yves Dermagne een ontwerp van koninklijk besluit goed tot wijziging van diverse bepalingen met betrekking tot de thematische verloven en het tijdskrediet voor alleenstaande ouder met (een) kind(eren).

Het ontwerp geeft gevolg aan een advies van de Nationale Arbeidsraad met het oog op de verhoging van de uitkering voor de alleenstaande ouders die hun loopbaan onderbreken of verminderen in het kader van een thematisch verlof of een tijdskrediet.

Wat de thematische verloven betreft, voorziet het ontwerp in twee aanpassingen aan het koninklijk besluit van 12 december 2001 tot uitvoering van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking:

  • de verhoging van de uitkering voor het 1/10de ouderschapsverlof tot de helft van de uitkering voor het 1/5de ouderschapsverlof. De uitkering van 80,06 euro wordt op 83,66 euro gebracht
  • alle uitkeringen vermeld in de artikelen 6/2, § 2 en 6/3, § 2, van het koninklijk besluit van 12 december 2001 worden verhoogd met 2,4%

Voor het tijdskrediet voorziet het ontwerp in een verhoging met 2,4% van de uitkering voor de alleenstaande werknemer die zijn prestaties vermindert met 1/5de.

De maatregelen treden in voege op 1 juli 2021.

Het ontwerp wordt ter advies voorgelegd aan de Raad van State.

Helpen in de getroffen gebieden

Er geldt voor de periode tot en met 1 augustus 2021 een vrijstelling van aangifte voor de tijdelijk en volledig werklozen die vrijwilligerswerk verrichten in het kader van het opruimen van de getroffen gebieden of de hulp aan de getroffen bevolking.

 

Aanpassing van het bedrag van de kilometervergoeding 2021 voor dienstverplaatsingen

Federale ambtenaren kunnen voor de periode van 1 juli 2021 tot 30 juni 2022 krijgen een vergoeding van 0,3707 euro per kilometer wanneer ze hun eigen wagen gebruiken bij dienstverplaatsingen. Voor 30 juni bedroeg het 0,3542 euro per km. De stijging is het gevolg van een indexering.
Belangrijk om te weten is dat de fiscus dit bedrag aanvaardt als een forfaitaire terugbetaling van kilometerkosten aan een werknemer die zijn eigen auto gebruikt voor verplaatsingen dienstverplaatsingen voor zijn werkgever. Het wordt beschouwd als ‘kosten eigen aan de werkgever’ waardoor de terugbetaling belastingvrij blijft voor de werknemer.

Uitbreiding studentenarbeid 3de kwartaal 2021 in alle sectoren – coronamaatregel

We citeren uit Administratieve instructies RSZ – 2021/2 :

“Om het mogelijk te maken jobstudenten in te zetten als bijkomende arbeidskrachten bij de relance om zo de economie te ondersteunen door flexibiliteit en extra middelen aan te bieden, zullen de uren die een student presteert tijdens het 3de kwartaal 2021, niet meetellen voor het contingent van 475 uren per jaar. Het wetsontwerp werd op 9 juni in de bevoegde Kamercommissie goedgekeurd en moet nog door het parlement goedgekeurd worden.

Dit geldt voor alle studenten ongeacht de sector waarin ze tewerkgesteld worden. Dit wil zeggen dat voor de student die met een studentenovereenkomst kan worden tewerkgesteld, ook indien zijn contingent reeds opgebruikt is in het 1ste of het 2de kwartaal of volledig gereserveerd zou zijn voor voorziene prestaties in het 4de kwartaal, voor al de uren gepresteerd in het 3de kwartaal 2021 toch de solidariteitsbijdrage kan toegepast worden in plaats van de gewone bijdragen.

De gewone aangifteregels blijven gelden, dus een Dimona ‘STU’ voor de tewerkstelling aanvangt en achteraf een aangifte DmfA van de gepresteerde uren. Een Dimona met aanduiding van uren blijft verplicht, maar ‘reserveren’ om zeker te zijn dat de student nog voldoende uren beschikbaar heeft die in aanmerking komen voor de solidariteitsbijdrage is dus niet nodig voor het 3de kwartaal 2021 aangezien alle in het 3de kwartaal gepresteerde uren door een student in aanmerking komen voor de solidariteitsbijdrage.

De onlineteller waarbij het resterende aantal uren in het contingent kan worden geconsulteerd, zal eerstdaags worden aangepast.

De regionale instellingen bevoegd voor het toekennen van kinderbijslagen zullen onderzoeken hoe hun reglementering kan worden aangepast om te voorkomen dat studenten die op deze manier in het 3de kwartaal worden tewerkgesteld, hun kinderbijslag zouden verliezen. Zodra hierover meer informatie beschikbaar is zal dit meegedeeld worden via de website www.studentatwork.be .

Dat geldt ook voor het begrip persoon ten laste in de fiscale reglementering, waarvoor er mogelijk een aanpassing aan de reglementering zal voorzien worden.”