Tijdelijke werkloosheid omdat een kind in de zomervakantie niet naar een kamp of een georganiseerde opvang kan gaan

In de volgende twee situaties kan er tijdelijke werkloosheid overmacht corona voor de opvang van een kind worden aangevraagd tijdens de periode van 01.07.2021 tot 31.08.2021 :

  • Het zomerkamp of de georganiseerde opvang kan omwille van een corona besmetting niet doorgaan of moet voortijdig worden stopgezet;
  •  Het zomerkamp of de georganiseerde opvang gaat wel door maar het kind kan er niet naartoe gaan omdat het kind zelf in quarantaine moet.

Voorwaarde is dat het gaat om een (schoolgaand) minderjarig kind dat bij je, als werknemer, samenwoont.
Het kind moet ook ingeschreven zijn voor het kamp of de opvang vóór de annullatie of de stopzetting van het kamp of de opvang of vóór de quarantaine van het kind .

Procedure:

Bezorg je werkgever een attestopvang kind zomervakantie annulatie corona of een  attest opvang kind zomervakantie quarantaine corona. Beide attesten zijn eenvoudig aan te vragen bij een Horval-medewerker.

Opgelet!

Voor deze maatregelen geldt dat voor eenzelfde periode slechts 1 persoon die met het kind samenwoont van deze mogelijkheden gebruik kan maken (de twee ouders kunnen dus niet geljktijdig gebruik maken van dit recht gedurende dezelfde periode).

 

Landingsbaan vanaf 55 jaar: wachten op sectorcao’s

CAO 156  (Collectieve arbeidsovereenkomst tot vaststelling, voor 2021 en 2022, van het interprofessioneel kader voor de aanpassing naar 55 jaar van de leeftijdsgrens, wat de toegang tot het recht op uitkeringen voor een landingsbaan betreft, voor werknemers met een lange loopbaan, zwaar beroep of uit een onderneming in moeilijkheden of herstructurering) , werd binnen de NAR  op 15 juli gesloten.

http://www.cnt-nar.be/CAO-ORIG/cao-156-(15.07.2021).pdf

Sectorale uitvoeringscao’s zijn nodig voor de uitvoering van CAO156. Van zodra die er zijn, lees je het op onze website!

Helpen in de getroffen gebieden

Er geldt voor de periode tot en met 1 augustus 2021 een vrijstelling van aangifte voor de tijdelijk en volledig werklozen die vrijwilligerswerk verrichten in het kader van het opruimen van de getroffen gebieden of de hulp aan de getroffen bevolking.

 

Tijdelijke werkloosheid wegens overmacht omwille van uitzonderlijke weersomstandigheden (overstromingen)

De RVA aanvaardt dat alle tijdelijke werkloosheid als gevolg van de hevige regenvallen  kan worden aangegeven als tijdelijke werkloosheid wegens overmacht en dit tot 15 augustus 2021.

Tijdelijke werkloosheid wegens overmacht veronderstelt dat de uitvoering van het werk tijdelijk volledig onmogelijk is. Bijvoorbeeld in het geval dat je als werknemer het werk niet kan uitoefenen omdat de plaats van tewerkstelling is ondergelopen, de infrastructuur van de werkgever is aangetast of vernietigd of omdat je niet op de plaats van het werk kan raken doordat het openbaar vervoer onderbroken is of doordat de wegen overstroomd zijn.

Ook omstandigheden die op zich het werk niet rechtstreeks onmogelijk maken toch een reden kunnen zijn om de tijdelijke werkloosheid wegens overmacht in te roepen. Dit betreft de situaties waarin je als werknemer getroffen bent door ernstige schade of verliezen en de facto in de onmogelijkheid is om te gaan werken omdat je prioriteit moet geven aan het zoeken naar een nieuwe huisvesting, de opkuis of herstellingswerken van je woning, het regelen van je schadedossier of het zoeken naar alternatieve vervoermiddelen.

Voorwaarden:

  • De uitvoering van het werk is volledig onmogelijk (dit is bijvoorbeeld niet het geval indien je niet kan telewerken).
  • De uitvoering van het werk is slechts tijdelijk onmogelijk. (bijvoorbeeld wanneer de werkgever beslist de werkzaamheden niet opnieuw op te starten )
  • Er is geen vervangwerk mogelijk (bijvoorbeeld bepaalde opruimwerken).
  • Je hebt voor die dag(en) niet reeds verlof of recuperatie genomen.
  • Je hebt voor die dag geen recht op loon.
  • Je bent in de onmogelijkheid om telewerk uit te voeren
  • Je kan op geen andere manier het werk bereiken (bijvoorbeeld met eigen of alternatieve vervoermiddelen).

 

Hoe aanvragen?

De werkgever bepaalt welke vorm van tijdelijke werkloosheid wordt  ingeroepen en volgt de geijkte procedure.

 

Goed om te weten:

Aangezien nog tot 30 september 2021 afwijkende maatregelen in het kader van de coronacrisis die gelden voor alle tijdelijk werklozen van toepassing zijn, moet ja als werknemer niet in het bezit van een controlekaart C3.2A.

In bepaalde gevallen moet je een uitkeringsaanvraag indienen bij het A.B.V.V, namelijk in geval van:

  • na een indiensttreding bij een nieuwe werkgever, ongeacht de reden van de werkloosheid;
  • wegens werkgebrek (stelsel arbeiders en bedienden), indien uw toelaatbaarheid tot uitkeringen tijdelijke werkloosheid nog niet werd vastgesteld bij een vorige uitkeringsaanvraag tijdelijke werkloosheid;
  • na een onderbreking van uw uitkeringen tijdelijke werkloosheid van meer dan 3 jaar;
  • na een verandering van uw contractuele arbeidsregeling (bv. als u deeltijds werkt of als u loopbaanonderbreking of tijdskrediet neemt);
  • na uw 65ste verjaardag.

 

! Werknemers die hun vast verblijfsadres verloren hebben en tijdelijk elders zijn gaan wonen, moeten daarvan geen aangifte doen indien deze periode beperkt is tot 31 augustus 2021.

! Tijdens deze periode is het feit dat een werkloze gaat inwonen bij familie of vrienden zonder invloed op de gezinscategorie waartoe je behoort en zonder invloed voor de gezinscategorie van de personen met wie hij tijdelijk gaat samenwonen.

Nood aan meer info? Contacteer de Werkloosheidsdienst van het ABVV .

 

Ziek zijn tijdens je vakantiejob. Wat nu?

Ben je ziek tijdens de tewerkstelling als arbeider-jobstudent dan dien je zo snel mogelijk je werkgever te verwittigen. Binnen de twee werkdagen lever je een doktersattest af , tenzij anders bepaald in het arbeidsreglement.

Weet dat je pas recht hebt op gewaarborgd loon als je op het moment dat je ziek bent minstens 1 maand ononderbroken in dienst was.

Mogen de OR en het CPBW vakantie nemen?

De bijeenkomsten van de Ondernemingsraad en het Comité voor preventie en bescherming op het werk moeten maandelijks bijeenkomen.

Tijdens de vakantiemaanden is de verleiding groot om niet te vergaderen. Nochtans is het een ideale gelegenheid om op sommige punten dieper in te gaan.

Uitzondering hierop is wanneer een vergadering in onderling overleg wordt afgeschaft of niet doorgaat omdat er te weinig leden aanwezig zijn om rechtsgeldig te vergaderen.

 

Verlening van de vrijwillige overuren in de curciale sectoren

 In de cruciale sectoren is het mogelijk om bruto-netto vrijwillige overuren te presteren, net zoals in de horecasector.

Enkel belangrijke weetjes:

  • Enkel in de cruciale sectoren (“ondernemingen die personeel tewerkstellen en die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de vitale belangen van de Natie en de behoeften van de bevolking zoals vermeld in het kader van de dringende maatregelen genomen door de minister van Binnenlandse Zaken om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, alsook de producenten, leveranciers, aannemers en onderaannemers van goederen, werken en diensten die essentieel zijn voor de activiteit van deze ondernemingen.”)
  • Op verzoek van de werkgever.
  • Enkel met een schriftelijk akkoord van de werknemer. Dat akkoord is 6 maanden geldig en kan vernieuwd worden.
  • De werknemer mag niet meer dan 11 uren per dag en 50 uren per week werken.
  • Tot en met 30 september 2021 wordt de grens voor vrijwillige overuren verhoogd tot 220 uren. Dat betekent dus dat boven de grens van vrijwillige overuren per kalenderjaar, in het tweede kwartaal 120 extra vrijwillige overuren gepresteerd kunnen worden.
  • Net als gewone vrijwillige overuren moeten deze 120 uren niet ingehaald In tegenstelling tot bij het gewone stelsel, is er geen overloonop verschuldigd.
  • Onder voorbehoud van bevestigng: Bruto-netto overuren (vrijgesteld van socialezekerheidsbijdragen en inkomensbelasting)

 

 

 

 

 

 

 

Aanpassing van het bedrag van de kilometervergoeding 2021 voor dienstverplaatsingen

Federale ambtenaren kunnen voor de periode van 1 juli 2021 tot 30 juni 2022 krijgen een vergoeding van 0,3707 euro per kilometer wanneer ze hun eigen wagen gebruiken bij dienstverplaatsingen. Voor 30 juni bedroeg het 0,3542 euro per km. De stijging is het gevolg van een indexering.
Belangrijk om te weten is dat de fiscus dit bedrag aanvaardt als een forfaitaire terugbetaling van kilometerkosten aan een werknemer die zijn eigen auto gebruikt voor verplaatsingen dienstverplaatsingen voor zijn werkgever. Het wordt beschouwd als ‘kosten eigen aan de werkgever’ waardoor de terugbetaling belastingvrij blijft voor de werknemer.