Mobiliteit: Enquête woon-werkverkeer

De verplaatsing tussen de woonplaats en de werkplek wordt wettelijk niet als arbeidstijd beschouwd en wordt dus niet bezoldigd. Is dit woon-werkverkeer dat werknemers afleggen, dus louter privé en hoort het niet thuis in het sociaal overleg van de organisatie?

Natuurlijk niet!

De ABVV- brochure Mobiliteit: Enquête woon-werkverkeer zet delegees op weg met tips, suggesties voor concrete acties en syndicale hefbomen.

Jongeren op het werk: verbod van gevaarlijke arbeid!

Op 20 juni verscheen een Koninklijk Besluit in de Staasblad inzake jongeren en gevaarlijke arbeid.

Het verbod van gevaarlijke arbeid voor jongeren blijft bestaan, maar werd bijschaaft.

Jongeren mogen in principe geen gevaarlijke arbeid verrichten. Voor jobstudenten zijn er een reeks bijzondere regels.

Zo is onder meer dat blootstelling aan welbepaalde fysische, biologische en chemische agentia verboden. De lijst met chemische agentia waaraan blootstelling verboden is, krijgt een update.

Ook het werk met of aan gevaarlijke machines is voor jongeren verboden. Hieronder vallen nu ook landbouwmachines.

Bron:  Koninklijk besluit van 22 mei 2019 tot wijziging van titel 3 betreffende jongeren op het werk en titel 4 betreffende stagiairs van boek X van de codex over het welzijn op het werk, BS 20 juni 2019; treedt in werking op 30 juni 2019.

 

Nieuwe CAO 19 – werkgeverstussenkomst in de kostprijs van het “woon-werkverkeer” met openbaar vervoer

Op basis van het akkoord gesloten in de NAR op 1 april werd CAO19 aangepast op twee punten:

  • Verhoging van de forfaits m.b.t. de werkgeverstussenkomst (op 1 juli 2019). T.t.z. De huidige forfaits worden gewijzigd en vervangen door een nieuw forfait gelijk aan 70 % van de huidige prijs (64,7 % gemiddeld sinds 01/02/2019)
  • Afschaffing van de drempel van de 5 km voor verplaatsingen met het openbaar vervoer anders dan met de trein (op 1 juli 2020)

Uiteraard zijn er al sectorale cao’s met deze punten erin.

==> Voor meer info kan je terecht bij de HORVAL consulenten.

Betaald Educatief Verlof wordt vervangen door Vlaams Opleidingsverlof

Vanaf 1 september 2019 is er in het Vlaams Gewest geen sprake meer van betaald educatief verlof.
Het wordt vervangen door het Vlaams opleidingsverlof (VOV).

Vooralsnog blijft in de andere regio’s de voordien op federaal niveau vastgelegde reglementering inzake betaald educatief verlof behouden.

Kort samengevat komt het VOV er op neer dat elke werknemer werkend in een in het Vlaams Gewest gesitueerde vestigingseenheid van een werkgever, recht heeft op 125 uren Vlaams opleidingsverlof.

Opleidingsverlof dat gebruikt kan worden voor arbeidsmarktgerichte (syndicale vorming valt hieronder) en loopbaangerichte opleidingen.
Erkende opleidingen zijn diegene die opgenomen zijn in de opleidingsdatabank Vlaamse opleidingsincentives. De representatieve werknemersorganisaties registreren de opleidingen waarvan zij zelf oordelen dat ze voldoen aan de criteria arbeidsmarktgerichtheid.
In tegenstelling tot de andere regio’s, staat het Vlaams opleidingsverlof ook open voor werknemers die ten minste halftijds werken met een variabele werktijdregeling of ten minste halftijds met een vast uurrooster en die tijdens de werkuren een opleiding volgen.